Nieuwjaarsconcert – Dansen aan de Donau

Er bestaat een bijzondere band tussen Johann Strauss Sohn – de legendarische Walsenkoning – en Johannes Brahms, de meester van de symfonie en kamermuziek. Hoewel hun muzikale werelden op het eerste gezicht ver uit elkaar lijken te liggen – de ene meester van de dansvloer, de andere van de concertzaal – deelden ze een diepe wederzijdse waardering en een liefde voor melodie, ritme en elegantie. Brahms koesterde grote bewondering voor Strauss’ onweerstaanbare walsen. Hij kwam zelfs geregeld over de vloer bij de familie Strauss. Een bekend en charmant voorval getuigt van die bewondering: toen Alice Strauss, de echtgenote van Johann Strauss, aan Brahms vroeg om haar waaier te signeren, schreef hij niet gewoon zijn naam. Hij noteerde de eerste maten van An der schönen blauen Donau – misschien wel de beroemdste wals aller tijden – en voegde er met speelse zelfspot onder: “Jammer genoeg niet van Johannes Brahms.”
Strauss was op zijn beurt niet ongevoelig voor die waardering. In 1892 droeg hij zijn wals Seid umschlungen, Millionen! op aan Johannes Brahms – een muzikale buiging van de Walsenkoning voor de symfonicus die hij zo hoog achtte. Beide componisten waren sterk verbonden met Wenen, de stad die hen inspireerde en waar hun muziek nog altijd weerklinkt. Hun werken symboliseren elk op eigen wijze de ziel van die stad: lichtvoetig en diepzinnig, uitbundig en verfijnd. Zelfs na hun dood blijven ze verenigd: beiden rusten vandaag op het Zentralfriedhof in Wenen, op slechts enkele meters van elkaar.